Aanwasboor
Holle boor, afkomstig uit de bosbouw, voor het nemen van monsters uit de
kern van een houten paal.
Absolute zetting
Zakking van een pand in zijn geheel. Dit kan gemeten worden ten opzichte
van het N.A.P (Nieuw Amsterdams Peil).
Actieve scheuren
Scheuren die nog steeds in beweging zijn.
Amsterdamse fundering
Fundering bestaande uit paarsgewijs gelagen houten palen waarop een houten
kesp rust (juk). De palenparen zijn onderling verbonden met langshout.
Op het langshout zit nog een schuifhout om het metselwerk op zijn plaats
te houden.
Bacteriële aantasting = palenpest
Aantasting door bacteriën. Deze aantasting kan ook aanwezig zijn
als geen droogstand aanwezig is. Zie voor diverse meningen over dit onderwerp
nieuwsbrief 10.
Belending
Aangrenzend pand of terrein.
Bel-etage
Eerste verdieping boven de begane grond of het souterrain.
Betonoplanger
Betonnen opzetstuk van 1 tot meer dan 3 meter op een houten paal, welke
wordt gebruikt om de kop van een houten paal beneden het grondwater weg
te heien.
Borstwering
Metselwerk onder een raam of kozijn.
Bouweenheid
Aantal woningen die constructief of bouwkundig een geheel vormen. Als
geen duidelijke dilatatie aanwezig is hebben bouweenheden invloed op elkaar
bij zettingen.
Bouwmuur
Constructieve wand
Bovenkant funderingshout
Hoogste punt van het funderingshout meestal aangegeven ten opzichte van
NAP.
Bovenste funderingshout is bij de Amsterdamse en Rotterdamse fundering
bovenkant schuifhout. Hoogste punt van het funderingshout bij houten palen
waarop een betonbalk rust een aantal cm boven onderkant balk. De paal
steekt namelijk een aantal centimeters in de beton. Normaal 30 tot 50
mm.
Capillaire werking
In poriën opgestegen grondwater. In klei is de capillaire werking
vrij goed. In zand loopt het grondwater snel weg.
Definitief onderzoek
Een grootschalig opgezet en door de gemeente Dordrecht bekostigd onderzoek
conform het VNG protocol.
Dilatatie
Een constructieve naad in een bouwcomplex welke het mogelijk maakt dat
de bouwdelen aan weerszijde van de dilatatie onafhankelijk van elkaar
kunnen bewegen.
Dordtse fundering
Als en Rotterdamse fundering, muur met vertanding, schuifhout, langshout
en houten paal. In afwijking van de Rotterdamse fundering zit bij de Dordtse
fundering tussen langshout en paal een kesp.
Droogstand
Situatie waarbij het grondwater (soms tijdelijk) beneden het niveau van
het bovenste funderingshout staat.
Erosiebacterie
Bepaalde soort(en) bacteriën die een aantasting gelijkend op erosie
van het hout veroorzaakt.
Freatisch grondwater
De waterspiegel in de bovenste bodemlagen.
Funderingsbalk
Een betonbalk boven de palen waarop het metselwerk rust. Gewoonlijk staat
hieronder een enkele rij palen.
Fundering op staal
Fundering zonder palen die direct op de onderliggende grond rust.
Funderingshout
Het geheel van alle houten onderdelen van een fundering op houten palen
dus palen, kespen, langshout en schuifhout.
Funderingsherstel
Methodiek om de fundering voor lange tijd voldoende draagkracht terug
te geven.
Voor funderingsherstelmethoden zie de publikatie
van de BVFP.
Funderingstechnische handhavingstermijn
De periode waarop de fundering op de huidige wijze zal kunnen blijven
functioneren zonder dat herstelmaatregelen nodig zijn.
Grondwater/grondwaterpeil/grondwaterspiegel/grondwaterstand
De waterspiegel in de bovenste bodemlagen. Ander woord hiervoor is freatisch
grondwater
Grondwateronttrekkingen
Onttrekkingen van grondwater door drinkwaterleidingbedrijf, industrie
en op bouwlocaties, bij tunnels etc.
Zie ook nieuwsbrief
10 artikel 7.
Hardheidshamer/prikker/prikapparaat, pylodon/slaghamer
Apparaat waarmee op gestandaardiseerde wijze de indringingswaarde van
houten palen wordt gemeten.
h.o.h afstand
Hart op hart afstand = afstand tussen twee
middens van twee elementen zoals bv palen.
Indicatief onderzoek
Een globaal en indicatief onderzoek naar de fundering. Hier moet niet
al te veel waarde aan worden gehecht.
Indringingswaarde
De afstand in mm waarover de pen van de standaard prikker (hardheidshamer)
het funderingshout binnendringt bij beproeving. Deze afstand is een maat
voor de kwaliteit en aantasting van het funderingshout
Infiltratiesysteem
Een systeem om grondwater toe te voegen. Zie o.a. nieuwsbrief
10 artikel 6
Inklinking
De grond wordt door druk en uitdroging in elkaar gedrukt. Hierdoor zakt
het maaiveld.
Instorting
Het aantal mm dat een houten paal is ingestort in een betonbalk.
Kesp
Verbindingshout tussen twee naast elkaar staande houten palen bij een
Amsterdamse fundering, welke samen met de palen een zogenaamd juk vormt.
Op de kespen wordt het langshout met het schuifhout aangebracht. Kespen
kunnen ook voorkomen bij de Rotterdamse fundering, in dat geval staat
er slechts één paal onder de kesp.
Kilgoot
Een goot tussen twee dakvlakken.
Kleefpaal
Korte funderingspaal, niet geslagen tot het diepe funderingszand, welke
draagkracht genereert uit de wrijving (kleef) welke de paalschacht in
omringende slappe grondlagen ondervindt.
Langshout
Houten balk, veelal gelegen onder een draagmuur welke het gewicht van
de constructie (het bouwwerk) overbrengt op de palen of paaljukken. Langshout
komt voor bij de Amsterdamse en Rotterdamse fundering.
Latei
Horizontale overspanning boven een metselwerkopening.
Lintvoeg + lintvoegwaterpasmeting
Bij de bouw was dit altijd een horizontale voeg in het metselwerk in een
bouweenheid. De metselaar spande een horizontale draad waarlangs hij de
stenen neerlag. Door oude lintvoegen opnieuw te meten kan gezien worden
of plaatselijk zakkingen zijn ontstaan.
Maaiveld
Het vlak gevormd door de bovenkant van de grond of bestrating, met name
rondom een gebouw of woning
Maaiveldhoogte
De hoogte van het maaiveld t.o.v NAP
mm
Millimeter
Meetboutje
Een in een gevel vastgedraaid boutje voor het uitvoeren van een lintvoegwaterpasmeting.
Ook wel nauwkeurigheidswaterpasmeting genoemd.
Monitoring
Het gedurende 3 jaar of langer in de gaten houden van het bouwblok. Het
kan hierbij gaan om
1. maandelijkse metingen grondwaterstand bij de fundering
2. metingen van zettingsverschillen middels meetboutjes in de gevel
3. scheurwijdtemeters
4. draagkrachtonderzoek
N.A.P. (Normaal Amsterdams Peil)
Referentieniveau van het Nederlands landmeetnet. NAP komt ongeveer overeen
met de hoogte van de zeespiegel.
Negatieve kleef
Door inklinking en onder andere uitdroging van grondlagen gaan deze aan
de paal hangen. Hierdoor worden palen extra belast. Als de paal niet voldoende
weerstand heeft bij de punt dan kan de paal naar beneden worden getrokken.
Er zijn situaties aangetroffen waarbij de paal los van de funderingsbalk
kwam te staan.
Onderkant metselwerk of fundering
Het laagste niveau van het metselwerk of de betonbalk. Dit is niet gelijk
aan bovenkant funderingshout. Bij metselwerk zit het schuifhout boven
dit niveau en bij betonbalken zijn palen enkele cm ingestort (instorting).
Overstek
Gedeelte van een constructie die slechts aan één wordt ondersteund.
OZB
Onroerend Zaak Belasting, een gemeentelijke belasting. Zie nieuwsbrief
10 en 11.
Paaljuk
Het geheel van een kesp met daaronder twee palen bij een Amsterdamse fundering.
Paalkop
Bovenste gedeelte van een funderingspaal.
Paalrot = Schimmelaantasting
Ten gevolge van droogstand van de palen ontstaat schimmelvorming die de
palen aantast. Eenmaal weer onder water, stopt dit proces. Als de paal
nog voldoende draagvermogen heeft en goed onder water staat is er niets
aan de hand. Bij nieuwe droogstand gaat de cumulatieve droogstand werken
en treedt verdere paalrot op.
Paalschacht
Buitenkant van een funderingspaal, van paalkop tot paalvoet.
Paalvoet
Onderkant van een funderingspaal.
Palenpest = Bacteriële aantasting
Aantasting door bacteriën. Deze aantasting kan ook aanwezig zijn
als geen droogstand aanwezig is. Zie voor diverse meningen over dit onderwerp
nieuwsbrief 10.
Palenplan
Plan waarop de plaats van de palen in bovenaanzicht staat aangegeven.
Peil
Meestal bovenkant begane grondvloer.
Peilbuis
Verticale meetbuis met filter, waarin de grondwaterspiegel met een peillood
kan worden vastgesteld.
Peilgebied
Gebied, veelal afgebakend door een watergang of dijk (polder) waarbinnen
het waterschap middels bemaling een stabiel open waterpeil gehandhaafd
wordt.
Penant
Metselwerk naast of tussen raam of deurkozijnen.
Poer
Blokvormig deel van een fundering, meestal van beton, waarbij twee of
meer palen staan.
Primaire net peilbuizen
Het grofmazig peilbuizenmeetnet dat vanaf 1994 maandelijks door de gemeente
wordt gemeten.
Rollaag
Een in het verband van een muur gemetselde laag van op zijn kant gemetselde
stenen. Meestal boven kozijnen.
Rotterdamse fundering
Fundering bestaande uit een enkele rij houten palen, onderling verbonden
door langshout. Op het langshout zit nog een schuifhout om het metselwerk
op zijn plaats te houden. Soms zit tussen paal en langshout een kesp,
in dit geval spreekt men ook wel van een Dordtse fundering.
Scheefstand
De scheefstand ten opzichte van het horizontale vlak.
Scheurvorming
Het geheel (en het patroon) van de scheuren in het pand.
Schimmelaantasting = paalrot
Ten gevolge van droogstand van de palen ontstaat schimmelvorming die de
palen aantast. Eenmaal weer onder water, stopt dit proces. Als de paal
nog voldoende draagvermogen heeft en goed onder water staat is er niets
aan de hand. Bij nieuwe droogstand gaat de cumulatieve droogstand werken
en treedt verdere paalrot op.
Schuifhout
Houten balkje op het langshout bij een Amsterdamse of Rotterdamse houten
paalfundering. Bedoeld om het metselwerk op zijn plaats te houden.
Secundaire net peilbuizen
Het fijnmazige meetnet van de gemeente. Dat in 1999 een aantal keren is
gemeten en waarvan de metingen in 2002 zijn hervat. Vooralsnog is dit
net niet representatief voor de beoordeling van de grondwaterstand.
Slaghamer
Meetinstrument wat middels een veer een stalen punt met vaste energie
wegslaat. Uit de mate van indringing van de stalen punt kan de aantasting
van de paal worden bepaald alsmede de restdraagkracht.
Slangenwaterpas
Apparaat waarmee het hoogteverschil tussen twee punten kan worden gemeten.
Sondering
Reguliere onderzoekmethode voor geotechnische doeleinden, waarbij een
conus van 4-5 cm doorsnede vanuit een sondeerwagen de grond in wordt gedrukt.
Uit de mate van weerstand tegen dit wegdrukken kan de vastheid van de
grondlagen worden afgeleid.
Trasraam
Onderste deel van de gevel, gemetseld in minder wateroptrekkende steen.
Waterpasinstrument
Een instrument waarmee hoogteverschillen t.o.v het horizontale vlak kunnen
worden gemeten.
Waterpassing
Nauwkeurige niveaubepaling.
Zakking/zetting
Maat voor de afstand of hoogte waarover een pand of fundering (of een
onderdeel daarvan) is gezakt ten opzichte van de oorspronkelijke positie.
Zakking van het maaiveld komt ook voor; dit heet inklinking.
Zettingsverschillen
Verschillen in zakking tussen twee of meerdere onderdelen van panden of
funderingen. Zakkingen op zich behoeven niet tot schade te leiden. Zettingsverschillen
leiden bij bepaalde grootte meestal wel tot schade.
Heeft u verbeteringen of aanvullingen? Zet ze
op de discussiepagina
a.u.b.!
|